Beenhouwers en charcutiers.

Luc Devriese

Samenvatting


De term charcutier is afgeleid van het Oudfranse ‘char cuite’: gekookt vlees. Het was de beenhouwers in het Middellandse Zee gebied verboden te werken met gekookt vlees, een maatregel die in zekere mate hygiënisch zinvol was. Door koken wordt vlees geschikt gemaakt voor allerhande bereidingen en deze bereidingen werden het vakgebied bij uitstek van de charcutier. In onze streken verliep dat enigszins anders. Charcutier, varkensslager en spekslager werden ongeveer synoniem. In België echter verdwenen de termen spekslager en varkensslager uit het taalgebruik omdat deze slagers ook vlees van andere diersoorten verwerken. Ook heeft spek een te beperkte betekenis. Vermoedelijk speelde daarbij het uit de gratie vallen van vet in het voedsel eveneens een rol. Charcutier en charcuterie klinkt chiquer dan spekslager. In dit artikel wordt dit vooral aan de hand van de Gentse situatie geïllustreerd met een kort overzicht van de evolutie van de aantallen slagerijen met verschillende specialisaties in de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw.


Volledige tekst:

PDF


DOI: http://dx.doi.org/10.21825/vmend.v11i4.5117

Terugverwijzingen

  • Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.