Slaapcomfort voor rijke en arm (Gent, 14de-17de eeuw)

##plugins.themes.bootstrap3.article.main##

Luc Devriese

Gepubliceerd okt 12, 2015

Samenvatting

Een kleine verkenning van de omstandigheden waarin een uiterst belangrijke menselijke bezigheid, het slapen, uitgeoefend werd, start in een ver verleden tijd. In 1398 namelijk, bij iemand uit de stedelijke toplaag: een rijke wijnkoopman die een groot 'steen' bewoonde in het centrum van Gent. Daarop volgend krijgen we een inkijkje in het buurh uis bij de subtop, een apotheker, exact drie eeuwen later {1698}. Ondanks deze aanzienlijke verschillen in tijd en maatschappelijk aanzien, noteren we opvallende gelijkenissen: het echtelijk bed is veruit het belangrijkste in huis en er zijn geen afzonderlijke slaapkamers. Toch is er een nieuwigheid: het 'bedde' dat in 1398 enkel sloeg op wat wij 'beddengoed' noemen, kon drie eeuwen later vervat zitten in een verplaatsbare houten constructie: een ledikant. In de volgende deeltjes van deze bijdrage gaat de aandacht naar de minder fortuinlijke lieden die tijdelijk of permanent niet over een eigen huis en slaapgelegenheid beschikken. In korte lijnen wordt de geschiedenis geschetst van de opvang - meer bepaald het te slapen leggen - van arme reizigers, zwervers en daklozen in Gent.

##plugins.themes.bootstrap3.article.sidebar##