Langs de A10 ten zuiden van Amsterdam werd in 2008 gewerkt aan de Zuidas. Toen dé toekomstige toplocatie van Nederland. Zowel de voorgenomen bebouwing als de ambities zijn voor Amsterdamse begrippen ongekend hoog. Tot 2032 is een vervijfvoudiging van het bestaande vloeroppervlak gepland, zo’n 2,7 miljoen vierkante meter. De enorme investeringen in infrastructuur en onroerend goed zijn verre van een uitsluitend Amsterdamse aangelegenheid. Wereldwijd zijn steden meer en meer verwikkeld in een logica van onderlinge concurrentie en steken ze elkaar naar de kroon met ambitieuze bouwplannen.

Er is steeds meer kritiek te horen over dit soort megaprojecten: de grootte van de projecten resulteert in evenredig grote risico’s. Veel projecten worden geplaagd door tegenvallende opbrengsten en kostenoverschrijdingen en trekken een onverwacht zware wissel op publieke gelden. Hoewel de verantwoordelijke Amsterdamse wethouder stelt dat de risico’s ‘theoretisch’ zijn, verloopt het project verre van vlekkeloos. Allereerst door de overname van de ABN AMRO, de belangrijkste private partner van de gemeente. Verder zijn er problemen met vastgoedfraude en de terugtrekking van Joop van den Ende. En dan trekt de financiële dienstverlening, de belangrijkste doelgroep, ook nog uit Amsterdam weg. Al met al is de bouw van de Zuidas verre van een gelopen race.

In 2008 ging de besluitvorming een doorslaggevende fase in, terwijl de discussie over de nut en noodzaak van het project nauwelijks had plaatsgevonden. Dit themanummer van AGORA probeert dit hiaat te vullen.