Verblijfsco‐ouderschap en de relaties tussen ouders en stiefouders

##plugins.themes.bootstrap3.article.main##

Sofie Vanassche

https://orcid.org/0000-0001-5698-705X

Koen Matthijs

Gepubliceerd apr 3, 2013

Samenvatting

Gezagsco‐ouderschap na scheiding is de wettelijke norm sinds 1995. Daarnaast is het voorbije decennium een duidelijke toename te zien van het aandeel kinderen in verblijfsco‐ouderschap. Er is op heden weinig geweten over de impact van deze evoluties op de gezinsprocessen binnen nieuwsamengestelde gezinnen. In deze studie gaan we na hoe de relaties tussen biologische ouders en de verblijfsregeling van kinderen na echtscheiding samenhangen met de kwaliteit van de relatie met een nieuwe partner, en de betrokkenheid van die partner bij de opvoeding van de kinderen. We gebruiken hiervoor de data van Scheiding in Vlaanderen, met informatie over 382 stiefvaderconfiguraties en 366 stiefmoederconfiguraties met een kind tussen 4 en 18 jaar oud. In tegenstelling tot de juridische regelgeving blijken ex‐partners in de praktijk weinig onderling te communiceren over de opvoeding van het kind. De ouderlijke eenheid met de nieuwe partner is vaak veel sterker en bovendien sterk gerelateerd aan de kwaliteit van de nieuwe partnerrelatie. Het samen opvoeden door ex‐partners is bovendien sterker gerelateerd met conflicten dan het samen opvoeden met een nieuwe partner. Ex‐partners met kinderen in verblijfsco‐ouderschap communiceren wel vaker over het kind dan ex‐partners met kinderen in een voltijds moeder ‐ of vaderverblijf. De frequentie van opvoedingsgerelateerde communicatie met de nieuwe partner is onafhankelijk van de frequentie van opvoedingsgerelateerde communicatie met de ex‐partner. Een goede relatie tussen de ex‐partners heeft bovendien ook geen negatieve effecten op de nieuwe partnerrelatie.


Abstract : 


Joint legal custody following divorce is the legal norm since 1995. In addition, there is an increasing proportion of children with divorced parents in joint physical custody arrangements. We currently know little about the impact of these evolutions on the family processes within stepfamilies. In the present study, we explore the association between the relationships between biological parents following divorce, the custody arrangement of children, the quality of the new partner relationship and the involvement of that new partner in childrearing. We use data of the research project Divorce in Flanders with information on 382 stepfather configurations and 366 stepmother configurations with a child between 4 and 18 years old. In contrast with the normative context, ex‐partners communicate in practice very little on childrearing aspects. The parental union with the new partner is often much stronger, and strongly related to a good partner relationship. In addition, co‐parenting by ex‐partners is more strongly associated with more frequent conflict compared to co‐parenting within the new partner relationship. Ex‐partners with children in joint physical custody communicate however more frequently regarding childrearing issues than ex‐partners with children in mother or father custody.  The frequency of co‐parental communication within the new partner relationship is not related to the frequency of co‐parental communication between the ex‐partners. Finally, a good relationship between ex‐partners has no negative effect on the quality of the new partner relationship.

##plugins.themes.bootstrap3.article.sidebar##