Verblijfsregelingen en welbevinden van kinderen : Verschillen naar gezinskenmerken

##plugins.themes.bootstrap3.article.main##

An Katrien Sodermans

Sofie Vanassche

https://orcid.org/0000-0001-5698-705X

Koen Matthijs

Gepubliceerd nov 30, 2013

Samenvatting

Sinds 2006 werd het verblijfsco‐ouderschap na scheiding als voorkeursregeling opgenomen in de Belgische wet.
Buitenlands onderzoek toonde aan dat kinderen doorgaans een hoger welbevinden vertonen in verblijfsco‐
ouderschap dan in een eenouderverblijf. Deze studie onderzocht de relatie tussen de verblijfsregeling van 707
Vlaamse kinderen tussen 10 en 21 jaar oud en hun subjectief welbevinden. Daarbij werd ook de rol van drie ge‐
zinskenmerken bestudeerd: ouderlijk conflict, de ouder‐kindrelatie en de aanwezigheid van stiefouders. De data
van het ‘Scheiding in Vlaanderen’ onderzoek werden gebruikt. Er waren geen verschillen in subjectief welbevin‐
den naargelang de verblijfsregeling van kinderen, onder controle van socio‐economische en demografische ach‐
tergrondkenmerken. Bovendien was er geen modererende invloed van de drie gezinskenmerken op de relatie
tussen verblijfsregeling en subjectief welbevinden. Verblijfsco‐ouderschap lijkt een betere relatie tussen het kind
en beide ouders te faciliteren in vergelijking met een eenouderverblijf. In verblijfsco‐ouderschap is er gemiddeld
genomen iets meer ouderlijk conflict dan in een eenouderverblijf, maar dit blijft beperkt tot een niveau dat niet
schadelijk is voor het welbevinden.


Abstract :


Since 2006, a legal recommendation for joint physical custody in included in the Belgian custody law.
Earlier research showed that children in joint physical custody have in general better outcomes than
children in sole custody arrangements. This study examines the association between joint physical
custody and adolescent wellbeing and whether this relationship is conditioned by the degree of pa‐
rental conflict, the quality of the parent‐child relationship and the complexity of the family configura‐
tion of mother and father. We use from the Divorce in Flanders survey, and we have information on
707 children between 10 and 21 years old with divorced parents. Overall, the subjective wellbeing of
children in joint physical custody was similar to that of children in other custody arrangements. We
found no support for moderating effects of parental conflict, quality of the relationship with mother
and father, and the presence of a new partner in the parental households. Joint physical custody
seems to facilitate a better parent‐child relationship with both parents when compared to sole cus‐
tody. In joint physical custody, parents have more occasional conflicts, but this is limited to a level
that is not harmful for children.

##plugins.themes.bootstrap3.article.sidebar##