Burgemeesters en activisme tijdens en na Wereldoorlog I (1914-1921)

Biografie auteur

Jan Naert

Jan Naert (°1990) is Master of Arts in de Geschiedenis. Deze bijdrage is gebaseerd op onderzoek dat werd verricht in het kader van het FWO-doctoraatsproject aan de UGent: Burgemeesters in de Eerste Wereldoorlog. Besturen onder Duitse bezetting in België en Noord-Frankrijk (1914-1921) (Promotor: Prof. Dr. Antoon Vrints en Co-promotor: Dr. Nico Wouters).

##plugins.themes.bootstrap3.article.main##

Jan Naert

Gepubliceerd sep 29, 2015

Samenvatting

Zowel de activistische samenwerking met de Duitse bezetter tijdens de Eerste Wereldoorlog als de bestraffing ervan na de oorlog, kunnen op veel interesse rekenen van de Belgische historici. De historiografie hieromtrent blijft dan ook stelselmatig aangroeien. Zo benadrukte Lode Wils recentelijk nog, verwijzend naar de vele lokale studies, dat de activisten zich ook meester probeerden te maken van het gemeentelijke niveau.

Dit artikel toont aan dat de pogingen van activisten om burgemeesters uit hun rangen te laten benoemen om verschillende redenen mislukten. Hoewel de activisten niet per definitie kansloos waren, had de Duitse bezetter steevast het laatste woord. Die opteerde zo goed als altijd voor de verkozen Belgische burgemeesters en werkte met hen samen om de openbare orde en rust in het bezette land te bewaren. Na de oorlog organiseerde het Ministerie van Binnenlandse Zaken tussen 1918 en 1921 een zuivering van het burgermeesterkorps. Het ministerie opende een onderzoek naar activistische burgemeesters en zij die van activistische sympathiën verdacht werden. Een analyse van die onderzoeken toont enerzijds aan dat het aantal burgemeesters dat beschuldigd werd van activisme zeer klein was. Anderzijds wordt duidelijk dat de studie naar de houding van burgemeesters ten aanzien van de Duitse bezetter weinig gebaat is bij een dichotoom denkkader van collaboratie en verzet.
________

Mayors and activism during and after World War I (1914-1921)
Both the activist collaboration with the German occupiers during the First World War as well as its punishment after the war are of great interest to Belgian historians. Therefore the historiography on this subject continues to increase systematically. Lode Wils for instance recently emphasised in reference to the many local studies that the activists also tried to gain control at the municipal level.
This article demonstrates that the attempts by activists to have mayors nominated from within their ranks failed for a number of reasons. Although the activists were not necessarily non-starters, the German occupiers invariably had the last word. The latter almost always opted for the elected Belgian mayors and cooperated with them in order to maintain public order and security in the occupied territory. After the war the Ministry of Home Affairs organised a purge of the body of mayors between 1918 and 1921. The ministry opened an investigation into activists mayors and those suspected of activist sympathies. An analysis of those investigations demonstrates on the one hand that the number of mayors that was accused of activism was very small. On the other hand it becomes clear that the study into the attitude of mayors towards the German occupiers does not benefit from a dichotomous conceptual framework of collaboration and resistance.

##plugins.themes.bootstrap3.article.sidebar##