Het politieke falen van een kerkvorst. Kardinaal Suenens en 'Leuven-Vlaams' (1962-1968)

##plugins.themes.bootstrap3.article.main##

Louis Vos

Gepubliceerd dec 18, 2019

Samenvatting

In dit artikel wordt de rol geanalyseerd van kardinaal Suenens in de ontknoping van de kwestie ‘Leuven-Vlaams’. Zijn mandement van 13 mei 1966, dat ook door de andere Belgische bisschoppen werd ondertekend, leidde een halve eeuw geleden tot de splitsing van de Leuvense universiteit.
Suenens’ beslissing in 1966 om de Franstalige afdeling in Leuven te handhaven, lokte groot verzet uit in Vlaanderen. Het kwam tot een revolte tegen het kerkelijk gezag, enerzijds omdat de katholieke Vlaamse opinie de autoritaire ‘verordening’ van de bisschoppen als autoritair klerikalisme verwierp, anderzijds omdat een permanente Franstalige aanwezigheid in Leuven in Vlaanderen gezien werd als een bedreiging van het Vlaamse karakter van Brabant. Dat was voor de Vlaamse beweging en politici ook daarom onaanvaardbaar, omdat pas in 1963 de taalgrens was vastgelegd met als bedoeling homogene taalgebieden te creëren, eentalig Nederlands in Vlaanderen, ééntalig Frans in Wallonië, en tweetalig in Brussel.
Toen in januari 1968 de UCL blijkens haar expansieplan in Leuven wilde blijven, leidde dat tot een tweede revolte, die het hele Vlaamse land beroerde. Een eerste gevolg ervan was dat het eenheidsfront van de kerkelijke hiërarchie verloren ging en de Vlaamse en Waalse bisschoppen respectievelijk het standpunt van de eigen taalgemeenschap bijtraden. De facto liet vanaf toen het episcopaat de beslissing over Leuven over aan de politiek. Een tweede gevolg was dat de politieke partijen – te beginnen met de christendemocratische – uiteenvielen naar taalgroep, wat leidde tot de val van de regering, tot parlementsverkiezingen, en een nieuwe regering die de splitsing en overheveling van de UCL naar Louvain-la-Neuve realiseerde.
De historische betekenis van Suenens’ optreden lag ten eerste op het niveau van de Kerk zelf, want door lijnrecht in te gaan tegen de verwachtingen in Vlaanderen betreffende een ééntalig Leuven, en door de autoritaire toon van het bisschoppelijk mandement, vernietigde het kerkelijk gezag zijn eigen autoriteit. Ten tweede versterkte dit optreden het Vlaams-nationalisme en de communautaire tegenstellingen in het land, zodat daarna staatshervormingen in federaliserende zin onvermijdelijk werden. Ten derde verschoof de focus van de Leuvense studentenbeweging van Vlaamsgezind verzet tegen de bisschoppelijke verklaring, naar antiklerikalisme en anti-autoritarisme, en daarna naar een globale nieuwlinkse maatschappijkritiek. Ze bleef na 1968 een decenniumlang de Leuvense studentenbeweging oriënteren.
Al deze gevolgen waren tegengesteld aan wat Suenens had bedoeld met het mandement. Hij gaf daarom later toe zich te hebben vergist. Vier elementen helpen die vergissing te verklaren: het besloten Franstalig milieu waarin hij leefde; de normatieve verwachting die aan zijn rol van primaat aartsbisschop van België kleefde; de gedachte dat de eenheid van de ‘grootste katholieke universiteiten ter wereld’ een voorwaarde was voor haar internationale rol; en ten slotte ook persoonlijke elementen, zoals zijn elitaire levensloop en aristocratische persoonlijkheid. Ze droegen alle bij tot het politieke falen van de kerkvorst.
__________


“A Wide Field for the Student Movement Lies Open.” On the Origin and Character of the Flemish Front Movement


This article analyses Cardinal Suenens’ role in the conclusion of the issue ‘Leuven Vlaams’ [Leuven Flemish]. His directive of May 13, 1966 – also supported by the other Belgian bishops – ultimately resulted in the separation of the university in Leuven half a century ago.
Suenens’ decision in 1966 to maintain a Francophone branch at the university in Leuven had sparked great opposition in Flanders. This would culminate into a revolt against the clerical authorities because, on the one hand, the Catholic Flemish opinion designated the bishops’ rigid ‘ordinance’ as authoritarian clericalism, and because, on the other hand, a permanent Francophone presence in Leuven was considered a threat to the Flemish character of the province of Brabant. Consequently, the Flemish movement and politicians deemed this unacceptable, and were further emboldened by the fact that as recently as 1963 the linguistic border had been consolidated, which was intended to create linguistically homogenous regions: monolingual in Flanders and Wallonia, and bilingual in Brussels.
When in January 1968 the UCL’s expansion plans conveyed its intentions to remain in Leuven, it sparked a second revolt that swept the entire Flemish land. A first consequence was the dissolution of the ecclesiastical hierarchy’s unity, as Flemish and Walloon bishops supported their own linguistic communities’ stance, ultimately leading to the episcopate relinquishing the decision over Leuven to politics. A second consequence was that political parties – starting with the Christian-democrats – disbanded and realigned along the linguistic fault line, which led to the fall of the government, parliamentary elections and a new government that implemented the separation and subsequence transfer of the UCL to Louvain-la-Neuve.
The historical relevance of Suenens’ demea-nour is first of all related to the Catholic Church itself. The stark clash with Flemish expectations regarding a unilingual university at Leuven, and the authoritarian tone of the bishop’s directive had led to the abrogation of his pre-eminence by the clerical authorities. Secondly, his conduct strengthened Flemish nationalism and the country’s communitarian cleavage, thereby rendering the subsequent state reforms to federalism inevitable. Finally, Suenens’ stance transformed the student movement in Leuven, entailing a shift from Flemish opposition to the bishop’s decree towards anti-clericalism and anti-authoritarianism. This would subsequently contribute to the emergence of a general New Left critical orientation, which influenced the student movements for over a decade following 1968.
All these effects were the exact reverse of the directive’s intentions. That is why Suenens later admitted that he had made a mistake. Four elements help to explain that error: the closed Francophone milieu in which he lived; the normative expectations that were associated with his role as Belgian’s archbishop; the presumption that the unity of ‘the biggest Catholic university in the world’ was a prerequisite for its international stature; and finally his personality, including his elite upbringing and aristocratic personality. These all contributed to the prelate’s political downfall.

##plugins.themes.bootstrap3.article.sidebar##