Slachtoffer van communistische terreur? De moord op onderwijzer Herman De Vos, 13 september 1944

##plugins.themes.bootstrap3.article.main##

Robbe Meerpoel

Gepubliceerd dec 18, 2019

Samenvatting

Op 13 september 1944 werd de Aalsterse onderwijzer en medeoprichter van de Vlaamsche Kinderzegen Herman De Vos door leden van het verzet neergeschoten. Het was pas wanneer deze verzetsgroep in mei 1945 nog een tweede moord pleegde dat een onderzoek werd geopend. Tijdens het proces dat in 1950 aan het Gentse assisenhof werd gevoerd, werden de daders in de pers voorgesteld als een groep ontspoorde verzetsleden die verbonden waren met de lokale communistische partij. Herman De Vos werd afgebeeld als een willekeurig slachtoffer van het bevrijdingsgeweld. De casus werd later door voormalige collaborateurs gebruikt om het verzet in diskrediet te brengen en de framing van een repressie ‘zonder maat of einde’ kracht bij te zetten. Deze beeldvorming werd dominant in de herinnering aan de bevrijding in Aalst, doordat historici zich op tijdens het proces verschenen krantenartikelen baseerden om de moord te reconstrueren. Onderzoek van de procesdossiers bracht echter nieuwe elementen over de rol van de verschillende verzetsorganisaties en de lokale communistische partij aan het licht. De hoofdverantwoordelijke voor de moord gebruikte communisme als dekmantel om het geweld te rechtvaardigen. Herman De Vos was een toevallig slachtoffer omdat het eigenlijke doelwit, VTB-ondervoorzitter Jozef Van Overstraeten onvindbaar was. De opdracht om hem te vermoorden werd wel degelijk gedekt door het Aalsterse verzet.
_________


A victim of communist terror?
The murder on the teacher Herman De Vos, September 13, 1944


On September 13, 1944, the teacher and co-founder of the ‘Vlaamsche Kinderzegen’ [Flemish Child Blessing], Herman De Vos, was shot in Aalst by members of the resistance. An investigation however would only be initiated after this resistance movement had committed a second murder in May 1945. During the trial – taking place at the court of assize in Ghent in 1950 – the press depicted the culprits as a group of deranged members of the resistance that were associated with the local communist party. Conversely, De Vos was portrayed as an incidental victim of the violence that ensued after the liberation of Belgium, later granting former collaborators a case to discredit the resistance, and enhance their framing of the repression as being ‘without rule or resolution.’ Moreover, this portrayal has become ubiquitous in the memory of the liberation of Aalst as historians have mainly focused on contemporaneous newspaper articles to reconstruct the trial. Analysis of the trial transcripts and documents however sheds a new light on the role of the different resistance movements and local communist party. The main culprit of the murder used communism as a pretext to justify the violence. In addition, De Vos was an unintended victim because they could not locate their actual target, Jozef Van Overstraeten, vice-chairman of the VTB [Flemish Tourist Association]. The order to murder Van Overstraeten had, in fact, been supported by the resistance in Aalst.

##plugins.themes.bootstrap3.article.sidebar##