Vlees eten, mag dat wel? Voorgeschiedenis van het hedendaagse vegetarisme

Luc Devriese

Samenvatting


De oud-testamentische verboden op voedsel betreffen bijna uitsluitend voedseltypes van dierlijke herkomst. Vooral vlees, maar ook eieren en zuivel worden geviseerd in religieuze spijswetten. Welke factoren kunnen dit helpen verklaren? Primordiaal was de vrees voor ‘contagium’ (besmetting), die ontstond bij primitieve gemeenschappen doordrongen van geloof in magische krachten. Als je in contact komt met iets, dan kunnen de eigenschappen daarvan in je ‘overvloeien’. Alle dieren produceren als afstotelijk of angstaanjagend ervaren feces, urine, speeksel, sperma en menstruatievocht. Hun lichamen bevatten bovendien geheimzinnige vochten, zoals bloed en lymfe. Vlees kan onzichtbaar ‘gecontamineerd’ zijn met al deze stoffen. Dit helpt mede de afschuw in veel culturen verklaren voor het vlees van carnivoren en omnivoren, zoals kat, hond en varken. In dit artikel worden enkele ethische aspecten van het vlees eten in historisch perspectief belicht. We beperken ons tot wat in Europa leeft, mede gevoed door de drie grote monotheïstische godsdiensten uit het Midden Oosten. Gewezen wordt op de sterke bindende kracht van religieuze spijswetten. Achtereenvolgens komen aan bod: ontwikkeling van de veeteelt, vlees als luxeproduct, vlees derven, versterven en vasten in de christelijke traditie en het daaraan tegengestelde: het Luilekkerland, toegelaten en niet toegelaten voedsel met de achtergronden daarvan. Verdere hoofdstukjes handelen meer specifiek over de afkeer voor het eten van talrijke diersoorten, taboes op paarden-, varkens- en hondenvlees, ritueel slachten en noodslachtingen.


Volledige tekst:

PDF


DOI: http://dx.doi.org/10.21825/vmend.v11i4.5114

Terugverwijzingen

  • Er zijn momenteel geen terugverwijzingen.