Cyriel Buysses kritiek van de Vlaamse beweging of de politieke betekenis van de roman 'n Leeuw van Vlaanderen (1900)

Biografie auteur

Kris Humbeeck

Kris Humbeeck (°1962) promoveerde eind 1991 tot doctor in de Letteren en Wijsbegeerte op het proefschrift De komst van de trein in de Nederlandse letteren. Onder zijn wetenschappelijke leiding bezorgt een interuniversitair team van tekstediteurs sinds 2005 het door De Arbeiderspers uitgegeven Verzameld Werk van Boon. Voor de tot op heden verschenen zestien delen schreef Humbeeck telkens het nawoord. Daarnaast was hij curator van de Boontentoonstellingen Fabrieksstad Aalst (Aalst, 1999); Boon!2012 Rebellen (Aalst, 2012) en Boon!2012 Villa Isengrimus (Antwerpen, 2012). Kris Humbeeck was juryvoorzitter van de Prijs der Nederlandse Letteren 2015.

##plugins.themes.bootstrap3.article.main##

Kris Humbeeck

Gepubliceerd mrt 22, 2017

Samenvatting

Van Cyriel Buysse is het beeld ontstaan dat hij na de nodige misverstanden begrip kreeg voor de eisen van de Vlaamse beweging, maar zich als auteur niettemin altijd buiten die Vlaamse beweging heeft gepositioneerd. Tegelijkertijd is er de steeds herhaalde bewering dat de schrijver een bijzondere sympathie zou koesteren voor het socialisme, ook al engageerde hij zich nooit echt in de arbeidersstrijd. In mijn bijdrage wil ik het een en ander nuanceren. Ik laat zien hoe Buysse in zijn onderbelicht gebleven roman ’n Leeuw van Vlaanderen (1900) zelfbewust  een eigen plaats opeist in de Vlaamse beweging door nog een stap verder te gaan dan August Vermeylen in zijn al zo radicale Kritiek der Vlaamsche Beweging (1896). Betoogde Vermeylen dat het hoog tijd was dat de Vlaming het romantisch idealisme van de volksschrijver Hendrik Conscience achter zich liet en intellectueel volwassen en ten volle modern werd, dan suggereert ’n Leeuw van Vlaanderen dat zoiets wel eens heel erg lastig en misschien zelfs onmogelijk zou kunnen blijken. De invloed van de romantische Vlaamse beweging is ook tegen het eind van de 19de eeuw namelijk nog zo sterk, en de erfenis van Hendrik Conscience en zijn historische roman De Leeuw van Vlaenderen (1838) nog zo bepalend, dat het zelfs de meest toekomstgerichte elementen uit het Vlaamse volk parten speelt als het eropaan komt. En het komt eropaan, want niet alleen in de steden broeit onvrede bij de volksmassa’s, ook het grof uitgebuite plattelandsproletariaat is niet meer zo braaf als het lijkt. Niemand voelt dit beter aan dat Robert La Croix, de christendemocratische held in ’n Leeuw van Vlaanderen. Hij wordt op een sociaal-progressief programma in het parlement verkozen en even ziet het ernaar uit dat hij als een soort Messias het Vlaamse volk uit armoede en knechtschap zal verlossen. Maar nu het erop aankomt, ontvlucht de nieuwe Leeuw van Vlaanderen het leven in de grote stad en de complexiteit van de parlementaire democratie om in de vrije natuur een kleinschalig experiment van ‘levenshervorming’ op te zetten. Met zijn politieke vaandelvlucht laat Buysses romantisch-wereldvreemde antiheld het initiatief aan het socialisme, waarvan de leiders volgens de schrijver duidelijk niet in staat zijn het legitieme verlangen naar echte maatschappelijke hervormingen in goede banen te leiden. Aan het eind van ’n Leeuw van Vlaanderen brandt het Vlaamse volk het land zowat tot de grond af.
________

Cyriel Buysse’s critique of the Flemish Movement, or, the political significance of the novel ‘n Leeuw van Vlaanderen (A Lion of Flanders, 1900)
The image of Cyriel Buysse has emerged that after a period of some misapprehension, he came to sympathize with the goals of the Flemish Movement, but nevertheless positioned himself outside of the Flemish Movement as an author. At the same time, there is the frequently repeated contention that the writer is supposed to have entertained a special sympathy for socialism, even though he never really engaged with the workers’ struggle. In my contribution, I want to nuance both of these positions. I show how Buysse, in his still too-little-known novel ‘n Leeuw van Vlaanderen (1900), consciously staked out his own place in the Flemish Movement by going a step further than even August Vermeylen in his already very radical Kritiek der Vlaamsche Beweging (1896). If Vermeylen argued that it was high time that Flemings leave behind the romantic nationalism of the popular writer Hendrik Conscience and become intellectually mature and fully modern, then ‘n Leeuw van Vlaanderen suggested that doing as much could well prove very difficult, if not impossible. At the end of the nineteenth century, the influence of the romantic Flemish Movement was still so strong, and the heritage of Hendrik Conscience and his historical novel De Leeuw van Vlaenderen (1838) still so circumscriptive, that it held sway over even the most forward-looking elements of the Flemish people when it came down to it. And it did come down to it, as not only did unrest brew among the masses in the cities, but the rough, wrung-out rural proletariat was also not as complacent as it seemed. No one felt that better than Robert La Croix, the Christian Democratic hero in ‘n Leeuw van Vlaanderen. He was elected to Parliament on a social-progressive platform, and for a while it looks as though he will deliver the Flemish people from poverty and servitude as a kind of Messiah. But when push comes to shove, the new Lion of Flanders flees life in the big city and the complexity of parliamentary democracy to set up a small-scale experiment in “living reform” in the middle of nature. With his desertion of politics, Buysse’s romantic and unworldly antihero leaves the initiative to socialism, whose leaders are, in the eyes of the writer, obviously not capable of channelling the legitimate desires for social reforms down good paths. At the end of ‘n Leeuw van Vlaanderen, the Flemish people nearly burn the country down to the ground.

##plugins.themes.bootstrap3.article.sidebar##